16 juli 2011
De God van mijn vader XVIII De politieschool.
Ik had nooit gedacht dat er zo'n school was. Je werd als politieman geboren of zoiets. Maar ineens zit je met vijfentwintig man aan een aantal tafels, waarop "klasse B" staat. Die klassen lopen van A tot H, zodat er zo'n 200 nieuwe mannen klaarstaan om tot politieman getraind te worden. Vrouwen had je toen nog niet bij de politie. Het was een vreemde gewaarwording voor een jongen van zeventien jaar om tussen rijp en groen te zitten. Komend uit alle soorten van bevolking. Geloof speelde hier voor het eerst in mijn leven géén rol. Ik merkte wel dat ik iedereen zat in te schatten. Zouden die wél of niet kerkelijk zijn. Waar kwamen ze vandaan. Doodeng vond ik het. Aan het hoofd van de tafel zaten twee geüniformeerde mannen. Dat was toen nog bijzonder voor mij. Een paar dagen later liep ik zelf in uniform. De politieschool duurde normaal één jaar. Voor mij werd het anderhalf jaar. Ik was tenslotte een arrogant, eigenwijs jongetje, waar met "harde hand" nog iets van te maken viel. En dat heb ik geweten. De harde hand van de politieschool was over mij. Wel veertien keer mocht ik het weekend niet naar huis omdat ik me ernstig misdragen had. Het ging dan over een sleutel in de kast, bed niet opgemaakt of niet onmiddellijke protestloze gehoorzaamheid aan een zwaar onterecht gegeven bevel. Vooroordelen wegen sterk en zelfs als je (nog) niet weet dat er zo'n vooroordeel tegen je is ga je jezelf ernaar gedragen. Ik genóót van de lessen, de wettenkennis, opgedaan uit Stapel & de Koning, het praktische optreden, de sportlessen. Atletiek en vechtsporten. Ik voelde me bevrijd van thuis met de hele religieuze, kerkelijke santenkraam erbij. Wat dát betreft kwam ik tot leven, maar de ijzeren discipline nekte me. Het zou me een leven lang kosten om dat een plek te geven. Ik ben er nog mee bezig.
14 juli 2011
De God van mijn vader XVII de preek (2)
Na de preek spreken we óver de preek en niet over de préék. Dat is een cruciaal verschil. Als we óver de preek spreken vinden we hem te lang, te kort, te heftig, te persoonlijk, te weinig bijbels, te biblicistisch, te diep, te licht en nog zo'n tweehonderd kwalificaties. Als we over de préék spreken hebben we het over de manier waarop wij met dat wat óns aansprak omgaan. Of we ons willen bekeren of niet. Dat gebeurt te weinig.
De preek is een gevoelig onderwerp. Welke Bijbelvertaling gebruik je. Wat voor taal gebruik je. Tale Kanaäns hoeft "bij ons" niet maar het moet ook weer niet al te gek worden. Toen ik naar aanleiding van een vreselijke moord op een aantal kinderen liet vallen dat ik de wereld maar "shit" vond, moest ik daarna diep door het stof. Dát was geen kanseltaal. We mogen en moeten wel ongelovigen aanspreken, maar dan ook liefst weer niet met de woorden van vandaag. Als je zorgt dat je net tien jaar achterloopt heb je weinig problemen, behalve met de jeugd dan want die zat tien jaar geleden nog in de kleuterklas. Is de preek een uitleg van de Bijbel of een appèl om te veranderen? Moraliserend of lerend. Afstandelijk of dichtbij?
Preken is prachtig. Het is de grootste uitdaging ter wereld, die zonder de influistering van de Geest niet mogelijk is. Die een gedegen voorbereiding behoeft om je in te leven in dat wat je woorden zullen doen. Die geboren wordt in een diepgaande worsteling. Die gebracht wordt met vrezen en beven. Het blijft ook heel wonderlijk dat de preek de eeuwen overleeft. En zelfs de televisie, internet en alle digitale geweld. Soms met een knipoogje naar een power point, maar dikwijls ook gewoon als verhaal.
Preken is prachtig én onmogelijk. Waar komt het vandaan? Wie wil er dat we preken. Is het een soort christelijk cabaret, een wekelijkse, goddelijke troonrede of gewoon een verhaal van een podiumverslaafde? Wat moet er wel en wat moet er niet. En als er dan gepreekt moet worden (ik hoop het!) waarover en hoe en met welk gezag. Ik preek voor eigen parochie, maar wellicht zijn er ook plaatsen waar de preek juist van de kansel áf moet. De afstand is te groot geworden. Niemand begrijpt het meer. De tale Kanaäns weergalmt en als er een preek wordt "gelezen" is dat er een van een oud-vader (brrr....wat is dat) die preekt voor zijn parochie, maar inmiddels in vele opzichten uit de tijd is. Ik pleit voor de preek, maar dan een preek die spreekt! Een preek die raakt, jong en oud, slim en minder slim, christen en niet christen, nou ja, de onmogelijke preek zeg maar.
De preek is een gevoelig onderwerp. Welke Bijbelvertaling gebruik je. Wat voor taal gebruik je. Tale Kanaäns hoeft "bij ons" niet maar het moet ook weer niet al te gek worden. Toen ik naar aanleiding van een vreselijke moord op een aantal kinderen liet vallen dat ik de wereld maar "shit" vond, moest ik daarna diep door het stof. Dát was geen kanseltaal. We mogen en moeten wel ongelovigen aanspreken, maar dan ook liefst weer niet met de woorden van vandaag. Als je zorgt dat je net tien jaar achterloopt heb je weinig problemen, behalve met de jeugd dan want die zat tien jaar geleden nog in de kleuterklas. Is de preek een uitleg van de Bijbel of een appèl om te veranderen? Moraliserend of lerend. Afstandelijk of dichtbij?
Preken is prachtig. Het is de grootste uitdaging ter wereld, die zonder de influistering van de Geest niet mogelijk is. Die een gedegen voorbereiding behoeft om je in te leven in dat wat je woorden zullen doen. Die geboren wordt in een diepgaande worsteling. Die gebracht wordt met vrezen en beven. Het blijft ook heel wonderlijk dat de preek de eeuwen overleeft. En zelfs de televisie, internet en alle digitale geweld. Soms met een knipoogje naar een power point, maar dikwijls ook gewoon als verhaal.
Preken is prachtig én onmogelijk. Waar komt het vandaan? Wie wil er dat we preken. Is het een soort christelijk cabaret, een wekelijkse, goddelijke troonrede of gewoon een verhaal van een podiumverslaafde? Wat moet er wel en wat moet er niet. En als er dan gepreekt moet worden (ik hoop het!) waarover en hoe en met welk gezag. Ik preek voor eigen parochie, maar wellicht zijn er ook plaatsen waar de preek juist van de kansel áf moet. De afstand is te groot geworden. Niemand begrijpt het meer. De tale Kanaäns weergalmt en als er een preek wordt "gelezen" is dat er een van een oud-vader (brrr....wat is dat) die preekt voor zijn parochie, maar inmiddels in vele opzichten uit de tijd is. Ik pleit voor de preek, maar dan een preek die spreekt! Een preek die raakt, jong en oud, slim en minder slim, christen en niet christen, nou ja, de onmogelijke preek zeg maar.
13 juli 2011
De God van mijn vader XVII de preek (1)
De preek is een raar fenomeen. In de kerk zijn we eraan gewend, maar wel aan heel verschillende soorten preken. In de Rooms Katholieke traditie wordt ook gepreekt, maar is de eucharistie het belangrijkste onderdeel van de dienst. Ooit bezocht ik een kerkdienst, waarin de pastoor zich verontschuldigde voor zijn zere keel. Hij zou niet preken vandaag, dus was er alleen maar eucharistie. Ik vond het prachtig! Het zou in een protestantse eredienst niet kunnen. Dan léést er wel iemand een preek, maar gepreekt moet er worden. Waarom eigenlijk? Dat is op zichzelf al een onbehoorlijke vraag. Waarom moet er gepreekt worden. Waarom vieren we niet eens alleen avondmaal? En als er gepreekt wordt, wat is daarvan dan de bedoeling? In een orakel Gods woord doorgeven? Zo wordt het dikwijls gezien. Ronduit griezelig is het hoe ik soms word aangekondigd. We gaan nu luisteren naar het Woord van God, mag ik u verzoeken broeder? En daar ga ik dan om het Woord van God te preken.
Ook daar zit een ontwikkeling in. In evangelische kringen was en is het dikwijls de gewoonte om te zeggen dat je spreekt. Wij zeggen niet:"wie preekt er vandaag?" maar " wie spreekt er vandaag?" Gelukkig is dan het antwoord niet God. Ik vermoed zelfs dat het uit tegenovergestelde overweging voortkomt. Preken was te hoog verheven en onaantastbaar. Spreken moest het zijn, want dan kon er één spreken en de anderen toetsen. Dat is twee kanten uitgegaan. Aan de ene kant wordt er alleen nog maar getoetst. Iedereen weet altijd alles beter en zal dat laten merken ook. Een preek is "maar" een spreek en wij controleren het op juistheid. De andere kant is de vergoddelijking. Een spreek wordt dan een orakel, onaantastbaar en rechtstreeks uit de hemel.
De preek is het mooiste en het meest onmogelijke wat er bestaat. Houdt maar eens een toespraak voor een paar honderd (of meer of minder) mensen. De groep bestaat uit mannen én vrouwen in de leeftijd van twaalf (soms vier!!) tot honderd jaar. Het hele scala van opleiding zit er tussen. Mensen die het lager onderwijs (basis onderwijs tegenwoordig) te moeilijk vonden en mensen met een universitaire opleiding. Gelovigen met een zwaar gereformeerde achtergrond en teleurgestelden uit al te charismatische gemeentes. (Ik spreek even over mijn eigen situatie). Zieke, gewonde, teleurgestelde mensen, die soms bijna van het geloof afhaken en pas bekeerde jong gelovigen die uit hun dak gaan "voor de Heer". Vrienden en familie, vijanden (die je natuurlijk ook liefhebt) en onbekeerde bezoekers die eens komen kijken. Om nog maar te zwijgen van al die gezichten die je persoonlijk kent mét hun persoonlijke geschiedenis, soms van teleurstelling in God, ernstig seksueel misbruik in hun jeugd of angst voor de "god der wrake" Kortom, de doelgroep is de hele wereld en die valt niet te definiëren.
12 juli 2011
De God van mijn vader XVI Drie hoofdzonden.
Ik had het diploma van de ULO op zak. En gesolliciteerd bij de politie. Niet direct uit roeping of zo, maar omdat er iemand van de politieschool op onze school was geweest om mensen te werven. Ik had een formulier ingevuld en de sollicitatietrein kwam in beweging. Het was zo ongeveer het eerste wat ik helemaal zelfstandig deed en wat mijn leven ook drastisch zou veranderen. Gek genoeg twijfelde ik er niet aan dat ik goed gekeurd zou worden, terwijl dat maar voor één op de tien sollicitanten zo was. Veel later bleek, dat het advies van de ULO in Dordrecht bijna een spaak in het wiel had gestoken:"Simon is een arrogante, lastige jongen, waar misschien met harde hand nog wel iets van te maken valt". Dat oordeel ontdekte ik pas twintig!! jaar later. Bij de politie wordt (of werd) alles goed bewaard. Ik kon nog niet direct beginnen. Ik was goedgekeurd in juni en op 1 september begon de opleiding. In de tussentijd werkte ik bij de melkboer. Het stelen van geld was opgehouden. Ik had het niet meer zo nodig, want overdag werkte ik voor een paar maanden bij een zeefdrukkerij in Rotterdam. Daar werd ik goed betaald. Ik besefte heel goed, dat als ik ooit met God in het reine zou komen, als ik zou blijken uitverkoren te zijn dus, zou ik ook moeten biechten bij de melkboer. Ik moest er niet aan denken. Het werden maanden van twee werelden. In Rotterdam werkte ik bij de gebroeders Kouwenhoven. Lange gesprekken had ik met ze over geloof, eeuwigheid, gereformeerde gemeentelid zijn, opstand, seks, geld. Met twee op oog niet gelovige mannen. Ik weet nog steeds niet of ze dat waren. Wel dat ze een paar maanden later tijdens het vissen met een bootje op de Kralingse plas omkwamen.
In dezelfde tijd ging ik meer en meer echt luisteren naar de preken zoals die vanaf onze kansel werden neergeworpen. Een beetje raar woord, maar zo voelde het. Hoog boven het "volk" stond daar een man in een zwarte jas (toga's hadden ze bij ons niet) een verhaal te houden van een uur ongeveer. Onderbroken door wat psalmgezang en een lang gebed. Ik had wel eerder geprobeerd het te volgen maar dat was lastig. Het zijn rare zinswendingen, lange zinnen, veronderstelt enorm veel achtergrondkennis en daarbij kwam: Het was niet voor mij. Keer op keer had ik gehoord dat "de natuurlijke mens niet verstaat de dingen die des geestes Gods zijn", dus daar zit je dan. Ik was een op en top natuurlijk mens. Dat bleek tenminste uit mijn drie hoofdzonden: diefstal, zelfbevrediging en een beetje geloven in de evolutietheorie. Het was heel ontmoedigend om dan toch te gaan proberen iets te begrijpen van een preek, die gewoon niet te begrijpen was. Tale Kanaäns werd dat genoemd. Om te begrijpen wat daarmee werd bedoeld moest je in Kanaän geboren zijn.
10 juli 2011
De God van mijn vader XV Schepping en evolutie.
We hebben er allemaal een mening over en niemand weet er alles van. Dat maakt het wel ingewikkeld. Iedereen loopt iemand achterna omdat niemand weet hoe het totale plaatje eruit ziet. De loopgraven zijn behoorlijk diep bij sommigen. Als je al dertig of veertig jaar met kracht een ronduit Bijbels scheppingsverhaal verdedigt valt het niet meer mee om nog naar de andere te luisteren. We weten per slot van rekening al wat hij gaat zeggen en drukken op de juiste knop voor het juiste antwoord. Dat vinden we niet moeilijk, want we zijn religieus en bij religieuzen werkt het zo, altijd! In dit geval kunnen we ook nog drukken op de knop van postmodernisme. Niets is meer waar en het feit dat grote bijbelgeleerden nu ook door de knieën gaan voor de evolutie theorie duidt op het "einde der tijden". Waarheid kennen "ze" niet meer en het wordt voor "ons" steeds moeilijker de o zo Bijbelse waarheid van de schepping hoog te houden. Ouweneel zijn we kwijt, maar gelukkig hebben we Dr. Dino nog. We bestoken elkaar met zo wetenschappelijk mogelijke theorieën en sommigen brengen zelfs de vijfennegentig stellingen tegen de evolutie uit om althans een kleine reformatie te beginnen. Dat het ook te maken heeft met onze opvoeding willen we niet graag horen. De val van Adam, de erfzonde, de hel, de angst voor de dood en de hel, de nachten zonder slaap omdat ik als kind bang was voor eeuwig te moeten branden, het zou allemaal voor niks zijn geweest als er géén Schepper van hemel en aarde was. Opa en mijn bestraffing van de kleuterjuf, mijn overgang van de ULO in Hendrik Ido Ambacht naar de ULO in Dordrecht, allemaal nutteloos. Verloren jaren van catechisatie, onderwijs, angst en onzekerheid. Ouders die het dus bij het verkeerde eind hadden. Ik kan onmógelijk geloven in de evolutietheorie. Dat deze angst - zoals gewoonlijk - een slechte raadgever is, zie ik niet eens meer. Geef mij maar Dr. Dino en vijfennegentig stellingen. Ik maak mijn loopgraaf wel wat dieper en kom er - af en toe - even uit om iemand aan de andere kant af te schieten. Waar blijf je met de tweede Adam als de eerste er niet was, wat is erfzonde en zondeval als de boom er niet stond. De angst regeert, ik gebruik mijn machtigste wapen, het woord en de overredingskracht, naar mijzelf om stand te houden tegen deze listen van de duivel. Gelukkig ben ik niet alleen. Ik ben lid van een omroep met 500.000 leden of nog meer die allemaal in mijn loopgraaf zitten. Dacht ik. Tot niet alleen Andries Knevel overstag ging, maar met hem honderdduizenden. Mijn loopgraaf werd al kleiner. Natuurlijk zegde ik direct mijn lidmaatschap van de EO op. Nu was het genoeg! De weg naar de al dan niet bestaande Hel was geplaveid en niet met goede voornemens. De oprichters zouden zich omdraaien in hun graf.
Wat dit allemaal waar? Klopt dit? Zeker, het is zo gebeurd, echt gebeurd. Maar heb ik geluisterd? Klopt mijn redenering? Durf ik te luisteren? De waarheid kan tegen een stootje. We kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten! En waarom dan die angst?
Ik roep mijzelf en anderen op om eerlijk te zijn. Eerlijk over onze eigen kleine angsten, die ons letterlijk met de paplepel zijn ingegoten. Eerlijk en echt zijn betekent (nog) niet: overstag gaan. Het betekent wel dat ik mensen weer als waardevolle mensen zie, ook als zij diepgaand met mij van mening verschillen. Dat ik mijn eigen beperkingen en angsten zie en besef dat ook en juist die mij leiden in mijn gedachten. Dat ik creationistische, soms krampachtige, wetenschap zag als mijn houvast en vergat dat het ontzag voor de HEER het begin van alle wijsheid is. Dat vernieuwing van denken ook een vooruitgang kan betekenen en niet altijd een naar de hel geplaveide weg is. Dat alles altijd ook weer anders blijkt te zijn na één, tien of duizend nachtjes slapen. Dat zeggen: "Ik weet het niet" geen schande is, maar eerlijkheid. Dat zelfs God aan Job vraagt of Hij er soms bij was! Al schrijvend voel ik dat ik weer bang ben. Voor het hellende vlak. Ga ik nu toch mee? Glij ik nu toch af? Hoever is het, terug naar mijn loopgraaf. Hij is bedolven, kapot gebombardeerd. Het zou mijn graf geworden zijn.
Wat dit allemaal waar? Klopt dit? Zeker, het is zo gebeurd, echt gebeurd. Maar heb ik geluisterd? Klopt mijn redenering? Durf ik te luisteren? De waarheid kan tegen een stootje. We kunnen ons niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten! En waarom dan die angst?
Ik roep mijzelf en anderen op om eerlijk te zijn. Eerlijk over onze eigen kleine angsten, die ons letterlijk met de paplepel zijn ingegoten. Eerlijk en echt zijn betekent (nog) niet: overstag gaan. Het betekent wel dat ik mensen weer als waardevolle mensen zie, ook als zij diepgaand met mij van mening verschillen. Dat ik mijn eigen beperkingen en angsten zie en besef dat ook en juist die mij leiden in mijn gedachten. Dat ik creationistische, soms krampachtige, wetenschap zag als mijn houvast en vergat dat het ontzag voor de HEER het begin van alle wijsheid is. Dat vernieuwing van denken ook een vooruitgang kan betekenen en niet altijd een naar de hel geplaveide weg is. Dat alles altijd ook weer anders blijkt te zijn na één, tien of duizend nachtjes slapen. Dat zeggen: "Ik weet het niet" geen schande is, maar eerlijkheid. Dat zelfs God aan Job vraagt of Hij er soms bij was! Al schrijvend voel ik dat ik weer bang ben. Voor het hellende vlak. Ga ik nu toch mee? Glij ik nu toch af? Hoever is het, terug naar mijn loopgraaf. Hij is bedolven, kapot gebombardeerd. Het zou mijn graf geworden zijn.
9 juli 2011
De God van mijn vader XIV
DE MIDDELBARE SCHOOL III
Ik was gek op meisjes en te verlegen om ermee om te gaan. Ik weet uit die tijd ook wat homoseksuele gevoelens zijn. Ze waren er al kregen ze nooit de overhand. Bespreekbaar was het niet, nooit. Wij weten dat wij allen kennis bezitten, zegt Paulus. Maar kennis maakt opgeblazen en de liefde sticht. Nou, een beetje stichtelijkheid kunnen we wel hebben als het over homoseksulaiteit gaat. Met de Bijbel in de hand is op dit gebied zo ongeveer alles wel bewezen en op zijn minst besproken. Dat ga ik hier niet nog eens over doen. Ik heb er ook een mening over, dat wel. Tot nu toe geloof ik dat seks binnen het huwelijk en dus tussen man en vrouw thuishoort. Elke andere seks is onveilige seks. Letterlijk. Sommige homo's denken daar hetzelfde over. Een meerderheid niet. Ook veel christelijke homo's denken daar anders over. Ik vind het belangrijk onze meningen niet in beton maar in liefde te gieten. Velen hebben hun diepgaande oordeel over homo's klaar zonder er ooit één gesproken te hebben. Ik houd van mensen en dus ook van homo's. Ik baal dat de wereld zo kapot en verrot is dat dit tot ellende leidt. Ik baal nog meer dat we in veel christelijke gemeentes niet echt met homo's kunnen omgaan. Stel gerust je regels en wees daar duidelijk over. Daar heeft iedereen recht op. Maar giet je regels niet in beton. God is Liefde. Dat mag gezegd worden. Zoek eens een homo jongere op en praat met hem of haar. Ga een vragen in plaats van oordelen. Kijk ze in het gezicht en ontdek de mens! Ecco Homo.
Hoewel ik groot en stoer was geworden zat ik nog steeds op catechisatie (zo noem je dat "op catechisatie zitten") Daar werden we verder onderwezen in het belang van de uitverkiezing. Ik kan me niet herinneren dat het ooit ergens anders over ging. Wij hadden geen dominee in die tijd. Dat was heel gewoon want er was een schrijnend tekort. Je moest ook niet alleen uitverkoren zijn en dat weten, maar ook nog een paar wijze mannen daarvan weten te overtuigen. Bijna onbegonnen werk. De ouderlingen die ons catechisatie gaven hebben daar denk ik nooit veel vreugde aan beleefd. Orde was er niet veel al scheelde dat wel per ouderling. Toch wilde ik nog steeds weten hoe het zat met die eeuwige bestemming. Gek genoeg begint ook de evolutietheorie weer "op te spelen". Ik had een paar stripboeken gezien die de Neanderthaler op prachtige wijze in zijn omgeving plaatsten. Het leek ook allemaal zo aannemelijk. Ik ging er meer over lezen en meer en meer in geloven. Dat leverde wel wat intellectuele vrijheid op, maar ook weer een dosis extra schuldgevoel. Ik kende de psalmen en zong regelmatig:"verzoen de zware schuld, die mij met schrik vervult, bewijs ons eens genade" Het hielp wel. Het maakte me rustig. Dat doet het trouwens nog steeds. In tijden van stress is er maar één soort muziek die mij kan helpen rustig te worden en weer op God te zien: Psalmen op hele noten! Tegen het einde van de schooltijd was er een en ander op zijn plek gevallen. Dacht ik. De gereformeerde gemeente had het bij het rechte eind, maar ik kon er niet mee leven. Als God mij uitverkoren had, zou ik dat ooit weleens merken, maar liever niet te vroeg. Vlak voor mijn dood zou het prettigst zijn. De evolutietheorie was waarschijnlijk niet waar, nou ja, zeker niet waar, maar zag er wel veel mooier uit dan het scheppingsverhaal van Genesis en dat niet alleen omdat Adam een broek aan moest en Eva dat niet mocht, of zoiets...
Ik was gek op meisjes en te verlegen om ermee om te gaan. Ik weet uit die tijd ook wat homoseksuele gevoelens zijn. Ze waren er al kregen ze nooit de overhand. Bespreekbaar was het niet, nooit. Wij weten dat wij allen kennis bezitten, zegt Paulus. Maar kennis maakt opgeblazen en de liefde sticht. Nou, een beetje stichtelijkheid kunnen we wel hebben als het over homoseksulaiteit gaat. Met de Bijbel in de hand is op dit gebied zo ongeveer alles wel bewezen en op zijn minst besproken. Dat ga ik hier niet nog eens over doen. Ik heb er ook een mening over, dat wel. Tot nu toe geloof ik dat seks binnen het huwelijk en dus tussen man en vrouw thuishoort. Elke andere seks is onveilige seks. Letterlijk. Sommige homo's denken daar hetzelfde over. Een meerderheid niet. Ook veel christelijke homo's denken daar anders over. Ik vind het belangrijk onze meningen niet in beton maar in liefde te gieten. Velen hebben hun diepgaande oordeel over homo's klaar zonder er ooit één gesproken te hebben. Ik houd van mensen en dus ook van homo's. Ik baal dat de wereld zo kapot en verrot is dat dit tot ellende leidt. Ik baal nog meer dat we in veel christelijke gemeentes niet echt met homo's kunnen omgaan. Stel gerust je regels en wees daar duidelijk over. Daar heeft iedereen recht op. Maar giet je regels niet in beton. God is Liefde. Dat mag gezegd worden. Zoek eens een homo jongere op en praat met hem of haar. Ga een vragen in plaats van oordelen. Kijk ze in het gezicht en ontdek de mens! Ecco Homo.
Hoewel ik groot en stoer was geworden zat ik nog steeds op catechisatie (zo noem je dat "op catechisatie zitten") Daar werden we verder onderwezen in het belang van de uitverkiezing. Ik kan me niet herinneren dat het ooit ergens anders over ging. Wij hadden geen dominee in die tijd. Dat was heel gewoon want er was een schrijnend tekort. Je moest ook niet alleen uitverkoren zijn en dat weten, maar ook nog een paar wijze mannen daarvan weten te overtuigen. Bijna onbegonnen werk. De ouderlingen die ons catechisatie gaven hebben daar denk ik nooit veel vreugde aan beleefd. Orde was er niet veel al scheelde dat wel per ouderling. Toch wilde ik nog steeds weten hoe het zat met die eeuwige bestemming. Gek genoeg begint ook de evolutietheorie weer "op te spelen". Ik had een paar stripboeken gezien die de Neanderthaler op prachtige wijze in zijn omgeving plaatsten. Het leek ook allemaal zo aannemelijk. Ik ging er meer over lezen en meer en meer in geloven. Dat leverde wel wat intellectuele vrijheid op, maar ook weer een dosis extra schuldgevoel. Ik kende de psalmen en zong regelmatig:"verzoen de zware schuld, die mij met schrik vervult, bewijs ons eens genade" Het hielp wel. Het maakte me rustig. Dat doet het trouwens nog steeds. In tijden van stress is er maar één soort muziek die mij kan helpen rustig te worden en weer op God te zien: Psalmen op hele noten! Tegen het einde van de schooltijd was er een en ander op zijn plek gevallen. Dacht ik. De gereformeerde gemeente had het bij het rechte eind, maar ik kon er niet mee leven. Als God mij uitverkoren had, zou ik dat ooit weleens merken, maar liever niet te vroeg. Vlak voor mijn dood zou het prettigst zijn. De evolutietheorie was waarschijnlijk niet waar, nou ja, zeker niet waar, maar zag er wel veel mooier uit dan het scheppingsverhaal van Genesis en dat niet alleen omdat Adam een broek aan moest en Eva dat niet mocht, of zoiets...
8 juli 2011
De God van mijn vader en seks XIII
SEKS
Misschien wel het grootste religieuze taboe. Als puber ging ik er onder gebukt. Schuldgevoel en seks hoorden bij elkaar. Dat is heel lang zo gebleven en is misschien nog niet helemaal weg. Het was per slot van rekening het eerste wat God deed ná de Schepping: Kleren maken van dierenvellen omdat Hij boos en ernstig gehad geconstateerd dat de mensen niet naakt mochten blijven rondlopen. Over Genesis en evolutie kom ik later nog te spreken. Maar hier stel ik vast dat ik er last van had. Naakt was fout, zondig en deed je ontdekken dat je zondig was. Naakt moest je je verstoppen, zelfs voor God, terwijl die toch alles zag. Naakt en seks liggen heel dicht bij elkaar. En zij waren slecht, allebei.
Dat seksualiteit ook mooi kan zijn, sterker nog, mooi bedoeld is wordt zeker onder christen jongeren niet veel gehoord. Als ze om zich heen kijken zien ze een eindeloze variëteit aan seks en als ze met hun opvoeders praten horen ze vooral: niet aankomen, het is fout, wachten tot je getrouwd bent, niet naar MTV kijken, pas op met internet en ga zo nog maar even door. Het is echt geen wonder dat velen van hen opgroeien met een verwrongen beeld over seks: iets wat ooit wel mooi zou kunnen worden maar vooral meestal niet mag omdat het op het terrein van de zonde ligt. En juist daarvan kan ik oprecht boos worden. Seks is geen zonde! Het moet maar eens hardop geschreven worden, als verder bijna niemand het zegt. Seks is door God bedacht en was één van zijn eerste opdrachten aan de eerste mensen. Zonder seks zou de mensheid niet bestaan. Als seks zonde was en we zouden allemaal stoppen met zondigen kregen we een lege wereld. Seks is door God bedacht om kinderen te krijgen. Zeker! Dat is één van de bedoelingen van seks. Zo goed als het de bedoeling is van eten om het lichaam van de juiste brandstof te voorzien. Maar om het lichaam van de juiste brandstof te voorzien hebben we geen lekkernijen nodig en een glaasje wijn bij het eten is al helemaal overbodig. IJsjes, koekjes, gebak, sausjes, alles overbodig. Toch vinden we het geen zonde om lekker te eten en zolang we ons niet bezatten of ongezond dik worden is het dat ook niet. Zo ook bij onze seksualiteit. Om kinderen te verwekken zou in onze westerse maatschappij een keer of tien seks in je leven meer dan voldoende zijn. Als je voldoende vruchtbaar bent en een beetje oplet wanneer je seks hebt kan je in tien keer wel het gemiddelde van iets meer dan twee kinderen verwekken. En zelfs als we uitgaan van grotere gezinnen – zoals vroeger en elders - is gemeenschap nog steeds heel beperkt noodzakelijk. Natuurlijk is er meer! Dat het aantrekkelijk is om seks te hebben en uiteindelijk zowel een man als een vrouw genot, bevrediging verschaft, geeft wel aan dat God het een beetje anders gepland heeft.
Zwijgen over seks drukt jongeren eeuw in eeuw uit in een rampzalig schuldgevoel waardoor zij op latere leeftijd weer blijven zwijgen over seks. Seks is niet fout, niet verkeerd, niet zondig. Behalve misschien Adam, die de puberteit mocht overslaan, heeft iedere jongen en hebben heel veel meisjes aan zelfbevrediging gedaan. Het is niet nodig je daar schuldig over te voelen. Laten we de luiken eens opengooien. Dat er heel veel slechte dingen over en met seks worden gezegd en gedaan, betekent niet dat wij erover moeten zwijgen. In mijn gemeente heb ik Jan den Ouden van OM een keer gevraagd over seks te preken. Hij nam geen blad voor zijn mond en sprak over zelfbevrediging, orale seks, zoenen, tongzoenen, vrijen. Niet iedereen nam dat in dank af. Maar met jongeren kreeg ik er - eindelijk - gesprekken over en ik worstel nog hoe die gesprekken op gang te houden. De wereld gaat kapot aan seks en wij zeggen gewoon dat het een taboe is: Schande!!
Misschien wel het grootste religieuze taboe. Als puber ging ik er onder gebukt. Schuldgevoel en seks hoorden bij elkaar. Dat is heel lang zo gebleven en is misschien nog niet helemaal weg. Het was per slot van rekening het eerste wat God deed ná de Schepping: Kleren maken van dierenvellen omdat Hij boos en ernstig gehad geconstateerd dat de mensen niet naakt mochten blijven rondlopen. Over Genesis en evolutie kom ik later nog te spreken. Maar hier stel ik vast dat ik er last van had. Naakt was fout, zondig en deed je ontdekken dat je zondig was. Naakt moest je je verstoppen, zelfs voor God, terwijl die toch alles zag. Naakt en seks liggen heel dicht bij elkaar. En zij waren slecht, allebei.
Dat seksualiteit ook mooi kan zijn, sterker nog, mooi bedoeld is wordt zeker onder christen jongeren niet veel gehoord. Als ze om zich heen kijken zien ze een eindeloze variëteit aan seks en als ze met hun opvoeders praten horen ze vooral: niet aankomen, het is fout, wachten tot je getrouwd bent, niet naar MTV kijken, pas op met internet en ga zo nog maar even door. Het is echt geen wonder dat velen van hen opgroeien met een verwrongen beeld over seks: iets wat ooit wel mooi zou kunnen worden maar vooral meestal niet mag omdat het op het terrein van de zonde ligt. En juist daarvan kan ik oprecht boos worden. Seks is geen zonde! Het moet maar eens hardop geschreven worden, als verder bijna niemand het zegt. Seks is door God bedacht en was één van zijn eerste opdrachten aan de eerste mensen. Zonder seks zou de mensheid niet bestaan. Als seks zonde was en we zouden allemaal stoppen met zondigen kregen we een lege wereld. Seks is door God bedacht om kinderen te krijgen. Zeker! Dat is één van de bedoelingen van seks. Zo goed als het de bedoeling is van eten om het lichaam van de juiste brandstof te voorzien. Maar om het lichaam van de juiste brandstof te voorzien hebben we geen lekkernijen nodig en een glaasje wijn bij het eten is al helemaal overbodig. IJsjes, koekjes, gebak, sausjes, alles overbodig. Toch vinden we het geen zonde om lekker te eten en zolang we ons niet bezatten of ongezond dik worden is het dat ook niet. Zo ook bij onze seksualiteit. Om kinderen te verwekken zou in onze westerse maatschappij een keer of tien seks in je leven meer dan voldoende zijn. Als je voldoende vruchtbaar bent en een beetje oplet wanneer je seks hebt kan je in tien keer wel het gemiddelde van iets meer dan twee kinderen verwekken. En zelfs als we uitgaan van grotere gezinnen – zoals vroeger en elders - is gemeenschap nog steeds heel beperkt noodzakelijk. Natuurlijk is er meer! Dat het aantrekkelijk is om seks te hebben en uiteindelijk zowel een man als een vrouw genot, bevrediging verschaft, geeft wel aan dat God het een beetje anders gepland heeft.
Zwijgen over seks drukt jongeren eeuw in eeuw uit in een rampzalig schuldgevoel waardoor zij op latere leeftijd weer blijven zwijgen over seks. Seks is niet fout, niet verkeerd, niet zondig. Behalve misschien Adam, die de puberteit mocht overslaan, heeft iedere jongen en hebben heel veel meisjes aan zelfbevrediging gedaan. Het is niet nodig je daar schuldig over te voelen. Laten we de luiken eens opengooien. Dat er heel veel slechte dingen over en met seks worden gezegd en gedaan, betekent niet dat wij erover moeten zwijgen. In mijn gemeente heb ik Jan den Ouden van OM een keer gevraagd over seks te preken. Hij nam geen blad voor zijn mond en sprak over zelfbevrediging, orale seks, zoenen, tongzoenen, vrijen. Niet iedereen nam dat in dank af. Maar met jongeren kreeg ik er - eindelijk - gesprekken over en ik worstel nog hoe die gesprekken op gang te houden. De wereld gaat kapot aan seks en wij zeggen gewoon dat het een taboe is: Schande!!
Abonneren op:
Posts (Atom)
-
Ik heb het boek "Love wins"van Rob Bell besteld. Zijn promo filmpje op You Tube raakte mij , zoals dit onderwerp altijd weer doet....
-
De hel is noodzakelijk voor een vrije keuze. En tegelijk een onmogelijkheid bij een vrije keuze. Hoe kan je vrij zijn als er maar twee keuze...
-
ZINGEN Tegenwoordig zingen we alleen nog maar in de kerk of (heel soms) op het voetbalveld. Ik bedoel dan iedereen, want er wordt natuurl...